Je bent nooit uitgeleerd

23 april 2021 Nationale Onderwijstalenten

Dieuwke Verkerk is een van de twee recentste Nationale Onderwijstalenten. Zij won de titel in de categorie primair onderwijs in 2019, waarna deze in 2020 verlengd werd. Door de coronacrisis was er tenslotte geen uitreiking van de OnderwijsTopTalentPrijs in 2020. Hoe gaat het nu met haar?

Jouw scriptie richtte zich op de samenwerking met ouders. Wat viel je op tijdens je onderzoek?

“De focus van mijn scriptie lag met name op het voorbereiden van pabostudenten op het samenwerken met ouders. Tijdens de focusgroepen met pabostudenten en pabodocenten kwam naar voren dat studenten tijdens de opleiding onvoldoende daarop worden voorbereid en dat zij zich hierin onbekwaam voelen. Zelf had ik als pabostudent al het gevoel dat ik mij niet voldoende uitgerust voelde in het contact met ouders, maar tijdens mijn onderzoek bleek ik zeker niet de enige zijn. Daarnaast viel het mij op dat er zeker wel behoefte was aan meer kennis en kunde hierover, zowel op de opleiding als in de praktijk. Het viel mij op dat er voor veel studenten een negatieve lading op het onderwerp ‘ouders’ ligt: de ‘moeilijke’ ouders, opzien tegen oudergesprekken, niet bij alle oudergesprekken aanwezig mogen zijn. Dit versterkte mijn gevoel van het belang om studenten achtergrondkennis te laten opdoen en de mogelijkheid te bieden om te oefenen en positieve (praktijk)ervaringen op te doen.”

Wat heeft het winnen van de OderwijsTopTalentPrijs voor je betekend? 

“Het winnen van deze prijs voelde als een waardering voor mijn werk. Maar ook dat anderen, net als ik, het belang (en dus ook het gebrek) zagen van het voorbereiden van pabostudenten op het samenwerken met ouders. Door het winnen van de prijs hoop ik dat ik zowel de opleidingen als de studenten zelf bewust heb gemaakt van het belang om samen te werken met ouders en de kansen die dat met zich meebrengt.”

Wat ben je gaan doen na het winnen van de titel Nationale Onderwijstalent van 2019? 

“Het onderzoek waarmee ik won, was onderdeel van het project ‘Thuis in School’. Dit project was gericht op het stimuleren van educatief partnerschap tussen ouders en leerkrachten. Na het winnen van de OTTP wilde ik graag meer betekenen voor de bewustwording rondom het belang van het samenwerken met ouders. Ik ben toen met veel plezier betrokken gebleven bij het project. Ik heb mij hierbij vooral gefocust op het ontwikkelen van een gesprekstool die tijdens een gesprek tussen ouders en leerkrachten kan worden ingezet. Wij hopen hiermee dat ouders en leerkrachten met behulp van deze tool een gelijkwaardig en open gesprek kunnen aangaan; een goede samenwerking kan de ontwikkeling van het kind ten goede komen. Aan de hand van een vragendriehoek met drie hoofdvragen en bijbehorende deelvragen, kunnen ouders en leerkrachten zelf bepalen hoe zij het gesprek vormgeven. Dit heeft tot een mooi eindresultaat geleid, waarbij ik ook vanuit mijn rol als leerkracht vind dat de tool een mooie basis kan vormen voor een verdiepend gesprek!

Naast het project ben ik in contact gebleven met de Pabo van Windesheim Zwolle, waar naar aanleiding van mijn onderzoek is gekeken hoe zij de samenwerking met ouders meer kunnen integreren in het programma. Vervolgens heb ik samen met Erica de Bruïne een lezing gegeven aan pabostudenten over ouderbetrokkenheid.”

Hoe is je keuze om verder te gaan studeren tot stand gekomen? En wat studeer je?

“Ik had de bachelor Universitaire PABO afgerond, wilde blijven werken in het onderwijs, maar wilde het graag met iets anders combineren. Door mijn ervaringen in het onderwijs ben ik erachter gekomen dat ik energie krijg van (groepen) kinderen iets leren. Ik heb echter ook de wens om individuele kinderen met specifieke problematiek te helpen. Naast het onderwijs lag mijn interesse bij ontwikkelingspsychologie en ik wilde mij hier graag verder in verdiepen. Zo ontstond het idee om de master Klinische Ontwikkelingspsychologie aan de VU Amsterdam te gaan volgen en dit te combineren met voor de klas staan.”

Hoe bevalt het? Wat valt je op in positieve en mogelijk ook negatieve zin?

“Het bevalt mij zeer goed. Het levert mij veel op dat ik kennis en ervaringen heb op het gebied van onderwijs en ontwikkelingspsychologie. Doordat ik voor de klas sta, zie ik ontzettend veel verschillende kinderen en heb ik een heel helder beeld van de normale ontwikkeling van kinderen. Ik merk dat dit bijdraagt aan het inschatten van de (eventuele afwijkende) ontwikkeling tijdens mijn stage in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Anderzijds komt mijn kennis en ervaring uit de ontwikkelingspsychologie ook goed van pas wanneer ik voor de klas sta: op deze manier kan ik verschillende kinderen begrijpen en mijn handelen op hen aanpassen. Logischerwijs merk ik hierdoor ook op dat er in de hulpverlening niet altijd een goed beeld is van hoe het er in de klas aan toe gaat, wat de mogelijkheden zijn en vice versa. Ik vind mijn stage zeer leerzaam, maar ik merk af en toe dat ik niet gemaakt ben voor een 9 tot 5 baan waarbij je (in dit geval) vooral zit en waar veel administratie bij komt kijken.”

Hoe ben jij de coronacrisis doorgekomen? 

“Natuurlijk vind ik net als ieder ander deze situatie erg vervelend, maar ik denk dat ik in vergelijking met anderen er over het algemeen minder last van heb. Op persoonlijk vlak haal ik gelukkig veel energie uit hardlopen, fietsen en wandelen met mijn vriend. Dat compenseert de beperkingen rondom teamsport en sociale contacten.”

“Op ‘werkgebied’ heeft de coronacrisis mij ook mogelijkheden geboden. Tijdens de eerste lockdown kon ik mijn colleges vanuit huis volgen. Dat bood mij de mogelijkheid om meer voor de klas te gaan staan op de school waar ik werk toen de scholen weer opengingen. Daarnaast ben ik na de zomer begonnen met een stage in de kinder- en jeugdpsychiatrie, waarbij de poli tot op heden nog steeds ‘open’ is. Natuurlijk merk ik tijdens deze stage dat alles ‘anders’ is: meer afspraken die niet doorgaan, geen handen schudden, cliënten die meer problematiek ervaren door corona en soms eerder beeldbellen. Toch ben ik vooral blij dat ik de mogelijkheid krijg om ervaring op te doen. Daarnaast werk ik nog één dag in het onderwijs. Wéér online lesgeven tijdens de tweede lockdown was verre van ideaal, maar ben ik trots op hoe de kinderen zich er doorheen geslagen hebben.”

Wat zijn je plannen voor de toekomst?

“Persoonlijk ben ik nog zoekende in wat ik wil doen. Dat is het nadeel van zoveel interessant vinden. Mijn plan is om volgend schooljaar in ieder geval twee dagen voor de klas te gaan staan. Liefst wil ik dat combineren met een baan in de hulpverlening. Ik zoek nog naar de vorm waarin dit zou willen en kunnen. Het zou mij bijvoorbeeld ook tof lijken om het met mijn passie voor sport te kunnen combineren; denk bijvoorbeeld aan running therapy of iets dergelijks. Zoveel opties, nog genoeg om over na te denken!”

Wat zou je studenten willen aanraden die overwegen na hun diploma verder te studeren?

“Verder studeren heeft mij vooral verdieping gebracht, maar ik heb hier ook zeker bakken met ervaring door opgedaan. In mijn geval kan ik nu heel veel richtingen op qua werk. Het heeft me kansen gegeven om mij verder te ontwikkelen in iets wat ik leuk vind. Daarnaast ben je nooit uitgeleerd. Ik zou vooral kijken naar iets waar je je écht in interesseert. Het maakt niet uit of je dan kiest voor een master of voor een cursus!”

Blijf op de hoogte

Winnaars, evenementen, onderwijsnieuws als je niets wilt missen, meld je je hier eenvoudig aan voor de nieuwsbrief.